Technische commissie

Samenvatting jeugdvoetbalbeleidsplan

 

Voetballertjes van 6 tot 8 jaar die zich aanmelden bij een voetbalclub zijn ongeveer van gelijke sterkte. Of ze zich nou opgeven bij Grasshoppers of bij Volendam, ze zullen ongeveer gelijkwaardig zijn aan elkaar. Gaan we nu een stapje verder in de tijd, bijvoorbeeld in de leeftijd van 10-12 jaar, treden er duidelijke verschillen in kwaliteit op. De belangrijkste oorzaak van verschil is de betere jeugdopleiding.

 

Het wel of niet presteren in een latere periode, van de bij start twee gelijkwaardige spelertjes is duidelijk mede afhankelijk van de mate waarin de opleiding tijdens de jeugd plaatsvindt. Het kind is dus min of meer overgeleverd aan de club waar hij terecht komt. Die club gaat mede bepalen hoe hoog het toekomstige voetballertje gaat reiken. Een willekeurige zaak dus.

 

Wanneer we via de eigen jeugdopleiding de toekomst van Grasshoppers veilig willen stellen, moeten we daar een gestructureerd plan voor hebben. Het belangrijkste doel van een dergelijk plan is dat er stabiliteit in de vereniging ontstaat, uiteraard met golfbewegingen, want elke generatie heeft kwaliteitsverschil. De basis voor een gezond verenigingsleven is dan beter gewaarborgd. Wanneer Grasshoppers de jeugd ontplooiingskansen wil geven, dan zullen zij volgens een beleidsplan moeten werken dat voor iedereen herkenbaar is. De post jeugdopleiding op de begroting moet geen sluitpost zijn, maar verdient één van de hoogste prioriteiten.

 

 

Doelstelling van het jeugdvoetbalbeleidsplan

 

Het realiseren van voorwaarden waardoor de jeugd zich in het voetballen optimaal kan ontwikkelen met het oogmerk dat:

·          er plezier aan zowel training als aan de wedstrijden wordt beleefd,

·          voetballen tot op latere leeftijd een plaats blijft behouden (als speler, coach, scheidsrechter, bestuurslid etc.),

·          er medeverantwoordelijkheid wordt genomen voor de kwaliteit en continuïteit van het voetballen,

·          talentvolle spelers/speelsters mogelijkheden krijgen om voetballen als topsport uit te oefenen.

 

Deze doelstelling heeft in de praktijk de volgende gedragslijnen tot gevolg:  

·          In de jeugd mag (voor de trainer-coach) het wedstrijdresultaat nooit op de eerste plaats staan. Het doel is het opleiden van spelers.

·          Een speler ontwikkelt zich op jonge leeftijd sterk. Geef ze speelmogelijkheden op meerdere plaatsen in een elftal. Vanaf de D-pupillen kunnen specifieke kwaliteiten worden toegepast.

·          Indien de geestelijke en lichamelijke ontwikkeling dat toelaat, moet een jeugdspeler vanaf de D-pupillen in een zo hoog mogelijk team spelen, leeftijd is hierbij niet bepalend. De ontwikkeling van jeugdspelers is beter als ze met medespelers en tegen tegenstanders van hetzelfde niveau spelen.

·          De jeugdspeler is het belangrijkst. De jeugdleider en trainer zullen zich dienend moeten opstellen ten opzichte van de spelers en de vereniging. Vrijwillig betekent niet vrijblijvend.

·          Alle oefeningen tijdens trainingen worden zonder uitzondering met bal afgewerkt waarbij iedereen zoveel mogelijk balcontacten heeft.

·          Zeer belangrijk is dat iedere trainer en begeleider op de hoogte is van de leeftijdskenmerken van de groep waarmee hij of zij werkt.

 

Jeugdvoetbaltraining

 

De eisen waaraan elke voetbaltraining moet voldoen:

 

·         Voetbaleigen bedoelingen: doelpunten maken en voorkomen, doelgerichtheid, spelen om te winnen terwijl winnen voor de trainer niet het belangrijkste is.

·         Veel herhalingen: veel beurten, geen lange wachttijden, goede organisatie, voldoende materialen.

·         Rekening houden met de groep qua leeftijd, vaardigheid en beleving. Goede arbeid-rust-verhouding.

·         Juiste coaching: de trainer beïnvloedt spelers door situatieve en begeleidende coaching, het vraag-en-antwoordspel, en door het juiste voorbeeld te (laten) geven.

 

Inleiding

De inhoud van een jeugdvoetbaltraining bestaat, afhankelijk van aanleg, leeftijd, vaardigheid en belevingswereld van de kinderen uit oefenvormen die zich bevinden tussen enerzijds de basistechnieken en anderzijds de eindvormen (partijtjes). Het doel van een training is het overwinnen van weerstanden. De belangrijkste weerstanden zijn:

·       De bal. Vooral voor de F en E-pupillen zal de bal de grootste weerstand zijn.

·       De tegenstander. Hoe meer tegenstanders er zijn en hoe beter de tegenstand is, hoe moeilijker het voetballen wordt.

·       De spelregels. Hoe ga je om met buitenspel, hoe versier je een corner en hoe dek ik een tegenstander zonder een overtreding te maken.

·       De ruimte. Op een groot veld is het gemakkelijker voetballen dan op een klein veld.

·       De tijd. Heeft te maken met de ruimte. Hoe groter de ruimte hoe meer tijd om te handelen.

 

De oefenvormen tijdens een training dienen te voldoen aan de volgende uitgangspunten:

 

1.         Voetbaltraining is voetballen

Alle trainingen van jeugdspelers moeten worden afgewerkt met een bal.

 

2.         Voetbalbeleving moet optimaal zijn

Er moet een relatie zijn met voetbalsituaties waarin spelers gemotiveerd zijn om er optimaal aan mee te doen. Spel- en wedstrijd vormen zijn het hoofdmenu. Er moet iets te winnen zijn; veel spanning, strijd en prestatie-uitnodigend. Elementen van samenspelen, doelgerichtheid en doelpunten maken of voorkomen moeten in de oefenstof zijn verwerkt.

 

3.         Veel herhalingen

Doen, doen en nog eens doen. 'Oefening baart kunst' is waar! Zorg er dus voor dat de kinderen zoveel mogelijk balcontact hebben (ieder kind een bal), geen lange wachttijden (geen rijen bij het afwerken!) en veel beurten geven zodat ze veel kunnen oefenen. Zorg hierbij voor een goede planning en organisatie, denk er dus van te voren over na. Niet elke training hoeft altijd weer anders te zijn. Partij- en spelvormen zoals genoemd bij 2 kun je eindeloos trainen. Dit vinden kinderen altijd leuk.

 

4.    De juiste coaching

  Coachen is beïnvloeden van (voetbal)gedrag. Bij het geven van een voetbaltraining gaat het niet om de hoeveelheid             oefenstof of de variatie van de oefenstof, maar om de kwaliteit van het coachen (aanwijzingen geven) bij de uitvoering van de oefenstof. De trainingsvormen zijn beperkt in aantal. De kracht ligt in de vorm zelf en eindeloze herhaling ervan, gerealiseerd door een optimale beleving. Afhankelijk van talent en leeftijd zal beïnvloeding via coaching door de trainer plaatsvinden. Het geven van de juiste aanwijzing op het juiste moment.

De trainer moet de kinderen op de juiste manier bij het trainen betrekken. Niet alleen maar opdrachten laten uitvoeren: laat ze weten waarom, laat ze zelf mee ontdekken wat het nut is van een oefening: stel vragen, laat ze zelf oplossingen bedenken.

 

 

Voorbereiding training

Elke training moet goed worden voorbereid. Een goed voorbereide training geeft de trainer zekerheid en rust in zijn optreden. Hij kan zich meer bezig houden met de problemen tijdens de training, zoals aanwijzingen geven, corrigeren, belonen en dergelijke.

De kinderen merken snel of de trainer doelgericht en met overleg zijn spelvormen aanreikt of dat hij zomaar iets doet. De spelers laten dat dan ook meteen merken. Planning is dus noodzakelijk, waarbij rekening moet worden gehouden met de volgende factoren:

·       beschikbare ruimte

·       beschikbare tijd

·       beschikbaar materiaal

·       grootte van de groep

·       kwaliteit van de groep

·       leeftijd van de kinderen

·       weers- en terreingesteldheid

 

 

2. Lesgeven

Bij het geven van een training gaan we uit van 4 hoofdonderdelen:

 

a. Warming-Up

Bij de pupillen hoeft de warming-up geen professionele warming-up te zijn met warmlopen, rekken etc. Bij pupillen is het belangrijker dat ze eerst even uitrazen en geconcentreerd en gemotiveerd aan de training kunnen beginnen. Spelletjes als tikkertje en dergelijke zijn hiervoor goed te gebruiken, maar natuurlijk kan het geen kwaad als de bal er bij gebruikt wordt!

Bij de junioren wordt er begonnen met een gerichte voetbal warming-up. Bijvoorbeeld dribbelen, drijven, passen over korte afstand (kaatsen), combineren, positiespel (4:1, 5:2, enz. met snelle wisseling van de verdedigers). Na een behoorlijke belasting (goede doorbloeding van de spieren) kunnen de rekoefeningen gedaan worden (5-10 min.).

b. Oriëntatiefase

In de oriëntatiefase wordt een eerste aanzet gegeven tot de doelstelling van de training: relatief lichte oefenstof, waar meestal op technische aspecten gewezen kan worden (10-15 min.).

c. Oefen/leerfase (kern)

De kern is gebaseerd op tijdens de wedstrijd veel gemaakte fouten of ter verbetering van sterke punten. Dit wordt gedaan door een situatie uit de wedstrijd terug te brengen tot de basisvorm. Dat wil zeggen de situatie die moet worden geoefend uit de wedstrijd (11 tegen 11) te lichten en oefenen in een overzichtelijker situatie zoals 5 tegen 2 of 4 tegen 4 (20-25 min.).

 

 

d. Toepassingsfase

Bij de toepassingsfase moet het geleerde in de praktijk worden toegepast: dat betekent een partijspel. Hierin kunnen bepaalde accenten worden gelegd op wat er in de oefen/leerfase is geoefend. Dit hoeft niet altijd een standaard partijspel te zijn, het kan ook een vorm zijn als lijnvoetbal of een partij van aanvallers tegen verdedigers. Wanneer iets moet worden geoefend op verdedigend vlak zou de partij van de verdedigers bijvoorbeeld een speler meer of minder kunnen hebben (afhankelijk van wat er wordt geoefend). Hoe het partijspel er ook uitziet: de coaching staat centraal!(15-20 min.).

 

Manier van lesgeven

·          Leg de vorm die uitgevoerd moet worden kort, zakelijk en duidelijk uit. Over het algemeen luisteren kinderen slecht, vooral als er ballen in de buurt liggen willen ze zo snel mogelijk beginnen. Toch is een uitleg, vooral bij nieuwe oefen-, wedstrijd-, en spelvormen noodzakelijk. Ga tijdens de uitleg zodanig staan dat je iedereen kunt zien en dat iedereen jou kan zien en horen. Doe de oefening voor; "Beter een plaatje dan een praatje".

·          Laat de kinderen eerst zelf oefenen (zelf ontdekken) en geef daarna pas aan hoe het ook anders kan of moet. Werk aan onbewuste vorming, schrijf niet dwingend voor.

·          Niet zo maar oefeningen afdraaien, maar sta open voor veranderingen of improvisatie.

·          Blijf ten allen tijde in dienst van het kind staan. Probeer het kind te helpen, ook al zijn ze af en toe nog zo vervelend. Trainers zijn er voor kinderen en niet andersom.

·          Af en toe orde op zaken stellen is ook nodig. Blijf niet altijd de grote kindervriend, want daar kunnen ze weer misbruik van maken. De trainer blijft de baas.

 

·          Corrigeren via:

o    Individuele benadering (coaching tijdens oefening).

o    Situatieve benadering. Wanneer de situatie tijdens een oefening daarom vraagt, het spel stopzetten en aangeven hoe het anders kan of moet.

o    Bij elkaar roepen wanneer langere uitleg noodzakelijk is omdat bepaalde fouten regelmatig terugkeren. Doe dit stilleggen echter niet zo vaak dat de praktijkles een theorieles wordt.

o    Bij het corrigeren altijd positief blijven. Geef aan waarom iets fout gaat en hoe het beter kan, maar doe dat op een uitnodigende manier. Zeg ook wanneer iets goed wordt gedaan.

·          Bij het verplaatsen en opstellen van het materiaal moet men rekening houden met het feit dat een kind niet graag stilstaat. Probeer dus zoveel mogelijk voor de training, of tijdens de training wanneer de kinderen aan het oefenen zijn, het materiaal goed neer te zetten. Het komt bij kinderen positief over als je doelbewust en zelfverzekerd bezig bent en dat voelen ze ook. Berg na afloop van de training samen met de kinderen het materiaal op.

·          Bespreek regelmatig, vooral met oudere jeugd, het belang van een bepaalde training en leg uit wat de relatie is met de wedstrijd.

 

Model om tot één of meerdere trainingen te komen

Om het leerproces tijdens een training te verbeteren is het verstandig een training goed op te bouwen. Dat heeft wel voorbereiding nodig, dit kan niet "even op het veld".

Eerst moet gekeken worden naar de groep: wie train je, welke leeftijd, welk niveau. (Beginsituatie)

OBSERVEREN

Hoe wordt gehandeld. Hoe is het gedrag van spelers tijdens de wedstrijd of tijdens oefeningen bij de training. Wat doet het team tijdens de 3 hoofdmomenten van een wedstrijd. Deze 3 hoofdmomenten zijn:

·          Balbezit.

·          Balbezit tegenpartij.

·          Omschakeling van balbezit naar balverlies en andersom.

 

 

ANALYSEREN

Formuleer een voetbalsituatie die je wilt verbeteren. Stel prioriteiten wanneer meer situaties om verbetering vragen.

 

 

PLANNEN

Formuleer oefenvormen. Wanneer doe je welke oefening en met welke spelers, hoe leg je het uit en hoe vaak herhaal je de vorm.

 

REALISEREN

Uitvoeren van de gemaakte planning waarbij het accent van de coaching op de doelstelling gelegd wordt.

EVALUEREN

Nagaan of naar aanleiding van de oefeningen het gewenste resultaat in de werkelijke situatie (wedstrijd) te zien is. Zo nee, bedenk een andere wijze om het probleem duidelijk te maken en te oefenen.

 

 

De speciale verantwoordelijkheid van de voetbalvereniging voor de jeugd

 

Reageren op het sportgedrag van kinderen valt best mee, als je in staat bent om je in te leven in de belevingswereld van de jongens en meisjes. Benader eventuele problemen vanuit het voetbal, want daarmee zijn ze bezig. Het moeilijkste is te reageren op onverwachte zaken, die zich bijna elke week wel voordoen. Daarbij moet elke jeugdleider zich realiseren dat de tijden en dus de kinderen veranderd zijn. Vroeger was een leider een LEIDER. Niemand anders dan hij bepaalde wat er gebeurde en de gemiddelde junior durfde zijn mond niet open te doen. Kinderen met een grote mond werden weggestuurd, want er waren liefhebbers genoeg om te voetballen.

Een andere situatie dan nu, waarin elke club van alles moet doen om leden te werven en te behouden. Ook de motivatie om te voetballen is tegenwoordig anders. Vroeger waren er nauwelijks andere sporten om te doen en was bijna iedere jongen lid van een voetbalclub. Tegenwoordig is dat niet meer zo.

De jeugd van tegenwoordig is brutaler, mondiger, kritischer en beter op de hoogte van allerlei maatschappelijke zaken. De begeleider die denkt dat het er nog net zo aan toe gaat als in de tijd dat hij zelf nog junior was, heeft een verkeerde voorstelling van zaken en zal dat in de praktijk ondervinden.

 

Daarnaast gaat van een voetbalvereniging een opvoedkundige taak uit. Kinderen leren op een respectvolle manier omgaan met hun omgeving. Dat wil zeggen dat zij op een “normale” omgaan met de tegenstander, de scheidsrechter, alle andere betrokkenen bij een vereniging maar ook met de materialen, kleedkamers enzovoorts.

 

Organisatie

 

De verantwoordelijkheid voor de uitvoering van het technisch deel van het jeugdplan ligt bij de Jeugdcoördinator (JC). De JC wordt bijgestaan door een TrainerCoach (TC) bij elke leeftijdscategorie. De JC en de TC’s vormen de technische commissie. Elke TC is verantwoordelijk voor alle technische zaken binnen zijn leeftijdsgroep. De TC wordt bijgestaan door begeleiders en trainers. Om een soepele overgang tussen opeenvolgende leeftijdsgroepen te bewerkstelligen onderhoudt de TC contacten met de JC en de TC’s van de andere leeftijdsgroepen. De TC van een leeftijdsgroep is verantwoordelijk voor:

Training en coaching van het selectieteam

Aansturing van andere trainers en begeleiders

Selectiebeleid

Soepele overgang van en naar een andere leeftijdsgoep

 

Voor de organisatie van de zaken die niet direct betrekking hebben op het technische deel van het jeugdplan is er een jeugdbestuur en zijn er coördinatoren. Voor de taken en verantwoordelijkheden van deze vrijwilligers wordt verwezen naar het uitgebreide jeugdplan.

 
Hoofdsponsor
       
Zoeken
Wie zijn er online
We hebben 3 gasten online
inloggen